![]() |
![]() |
|
||||||||||||||||||||
|
De
Realitieit van het kwaad Vertaling Karen de Groot Volgens de legende zat Shakyamuni te mediteren onder een boom vlakbij Buddh Gaya en bereikte hij verlichting nadat hij, zoals de soetra's beweren, een aanval door de duivel, Mara, had weten af te wenden. "Ma", of duivel, wordt gezien als de aartsvijand van de Boeddha. Het woord is afgeleid van het Sanskriet woord mara en wordt in westerse termen ook wel vertaald als de Kwade die mensen verleidt om zich over te geven aan hun driften. Gezien het woord mara de betekenis van 'doden' omvat, verwijst het ook naar iemand die een menselijk wezen van zijn leven beroofd. Aangezien duivels worden beschreven als verpersoonlijkte gedaantes in diverse boeddhistische geschriften, zou men kunnen denken dat ze bepaalde verschijningen aannemen, maar feitelijk doen ze dat niet. Volgens de soetra's vermommen ze zichzelf in alle mogelijke gedaantes om te voorkomen dat mensen naar Boeddhaschap streven. Bijvoorbeeld, de vele verlangens die erfgenaam zijn van het menselijke ras worden duivels genoemd, in sommige gevallen wordt de dood een duivel genoemd. De dood werkt als een duivel wanneer het mensen verhindert om in het Boeddhisme te geloven. "In dit licht betekenen duivels nooit enigerlei speciale wezens. Echter, om het gemakkelijker voor mensen te maken om de functie van de duivel te begrijpen, beschrijven ze hen als zulke wezens. De werking die probeert het leven af te houden om naar Boeddhaschap te streven bestaat soms in ons eigen leven en op andere tijden is het buiten ons leven aanwezig. Of men ze verslaat of toegeeft aan deze verschillende belemmeringen hangt grotendeels af van iemands mentale houding. Het bereiken van Boeddhaschap betekent het oproepen van een levensconditie die sterk genoeg is om deze innerlijke duivels te overwinnen". (Masahiro Kitagawa, vice-chef van de studieafdeling van SGI) Het Boeddhisme ziet de duivel veeleer als een functie die binnen het menselijk leven werkzaam is, dan aan de duivel te denken in een verpersoonlijkte vorm. Het is soms moeilijk voor de westerse lezer om dit te vatten, omdat het westerse woord voor 'duivel' een lange geschiedenis van niet-boeddhistische betekenis met zich meedraagt. Wat Shakyamuni Boeddha besefte in het diepst van zijn leven was dat het kwaad, of lijden, afstamde van de diepgaande onwetendheid van de mensen over hun eigen eeuwige Boeddha natuur. Beïnvloed door hun eigen waan over de ware aard der dingen en in de plaats daarvan aangetrokken door tijdelijke en vergankelijke realiteiten, hebben mensen de neiging om negatieve oorzaken te leggen. Omdat we ons niet bewust zijn van het oneindige potentieel van onze eigen Boeddha natuur, hebben we de neiging om onszelf te beperken in reactie op elke gegeven situatie. Op den duur werkt het tegen ons als we handelen op basis van een lage levensconditie die de ware aard van de dingen niet waarneemt. Uiteindelijk is het slechte karma wat we in het leven ondervinden een resultaat van de vele acties, zelfs vele levens, die we veeleer besteed hebben aan misleide reacties, dan aan verlichtte acties. Het naast elkaar bestaan van Goed en Kwaad Bovendien is het Boeddhisme non-dualistisch om het kwaad liever te definiëren als een neiging dan als een wezen. Dat wil zeggen, kwaad wordt gezien als een onverlichte oorzaak-gevolg relatie, terwijl goed wordt gezien als een verlichtte oorzaak-gevolg relatie. Oorzaak en gevolg zelf is een neutraal, universeel mechanisme. In deze zin zijn zowel goed als kwaad deel van het universele geheel. Geen van beiden is ondergeschikt aan de ander, zoals van de Duivel misschien gezegd kan worden dat hij ondergeschikt is aan God. Zowel goed als kwaad stammen volledig af van iemands levensconditie, of die nu verlicht en positief is of misleid en negatief. Wanneer we spreken over de uiteindelijke triomf van de Boeddha natuur
over de duivelse functie, betekent dit niet de overwinning van goed
op kwaad. Beide goden en duivels, beide goed en kwaad zijn ondergeschikt
aan de allesomvattende Boeddha natuur. De Boeddha natuur zelf is een
eeuwige en oneindige universele werkelijkheid. Nichiren Daishonin zette
het uiteen als Nam-myoho-renge-kyo. This page was last modified on Sunday, August 20, 2006. |