|
|
De Eeuwigheid van
het Leven
Uit Basics of Buddhism
Pat Allwright
Vertaling Karen de Groot
"Als je jezelf wilt bevrijden
van het lijden door geboorte en dood die je door de eeuwigheid heen hebt ondervonden
en je verlichting wilt bereiken in dit leven, dan moet je ontwaken tot de mystieke
waarheid, die altijd in je leven aanwezig is geweest. Deze waarheid is Nam-myoho-renge-kyo."
Natuurlijk, afgezien van onze gevoelens,
is er geen enkel bewijs voor wat er werkelijk gebeurt wanneer we sterven. Wanneer
het de eeuwigheid van het leven betreft, betreedt men het gebied van geloof.
Niettemin nemen we dingen waar over de aard van het leven die de idee ondersteunen
dat het leven doorgaat. Bijvoorbeeld, het ritme van de natuur behoord tot een
cyclus. Ook al zien de meeste planten er levenloos uit in de winter, ze gaan
weer groeien in de lente. In feite gaat alles wat we in de natuur waarnemen
door cyclussen heen. Ook weten we vanuit de wetenschap dat materie niet vernietigd
kan worden, veeleer dat het veranderd in een andere vorm van energie. Wanneer
we bijvoorbeeld iets verbranden, dan wordt het niet vernietigd maar verandert
het in gassen en overgebleven stoffen. Zowel vanuit onze eigen ervaringen als
de waarnemingen van de natuurlijke cycli is het logisch om te veronderstellen
dat het leven op een of andere manier continueert, veel meer dan dat het abrupt
ophoudt. Het Boeddhisme verklaart de doorlopende cyclus van het leven door de
eeuwigheid heen.
Myoho, van Nam-myoho-renge-kyo, betekent
leven en dood. Myoho wordt meestal vertaald als de Mystieke Wet. Deze wet omvat
de twee aspecten van leven en dood. Het wordt mystiek genoemd omdat het moeilijk
te begrijpen is. Myoho betekent ook zichtbaar en onzichtbaar, of latent en manifest.
We ervaren deze fases van leven en dood constant. Bijvoorbeeld, de ene minuut
zijn we gelukkig en de volgende zijn we boos. Waar ging dat geluksgevoel naar
toe? We kunnen niet beweren dat het niet bestaat, omdat het er niet is op dit
moment, maar we weten dat het niet voor altijd is verdwenen. Dit is de aard
van alles - het komt en gaat van het ene op het andere moment. Deze staat van
noch bestaan noch niet-bestaan wordt ku genoemd.
De leven-dood cyclus wordt vaak vergeleken
met de perioden dat we wakker zijn of slapen. Slaap verfrist ons zowel fysiek
als mentaal. Evenzo is de dood noodzakelijk om onze energie te herstellen ter
voorbereiding van een nieuw leven. Hoe verklaart het Boeddhisme dan dood en
wedergeboorte?
Ons leven heeft drie aspecten: lichaam, geest en wezen. Op het moment van doodgaan,
smelten alle drie aspecten samen met het universum, waarin ze overgaan van een
bezielde naar een onbezielde staat (geen gewaarwording meer). Een individueel
leven is niet meer te onderscheiden van universeel leven.
Op het moment van sterven, worden alle drie aspecten van ons leven één
met de eeuwige stroom van het universum. De individuele fysieke en mentale roerselen
van het leven zijn niet langer meer te onderscheiden van het geheel. Dit is
nogal verschillend van de idee van de overgang van de 'ziel' die we in andere
religies tegenkomen. Het Boeddhisme ontkent het bestaan van een ziel. Het individuele
wezen gaat niet naar een bepaalde plek, zoals de hemel, noch 'doolt het rond'
in een onzichtbare vorm. Het wezen wordt verenigd met het universum.
Dit kan worden vergeleken met een ijsberg die smelt in de oceaan. Zo lang als
de ijsberg bestaat, is een massief deel ervan onder het wateroppervlak. Evenzo
hebben individuen een enorm potentieel, waarvan het merendeel niet blijkbaar
is. Wanneer we sterven smelt dit alles, zichtbaar en onzichtbaar, terug in het
universele leven. Het wezen van een individueel leven continueert in de staat
van ku, wat bestaan en niet-bestaan overtreft. Wanneer de omstandigheden geschikt
zijn, zal de individuele manifestatie van het wezen geboren worden. Dit gaat
zo in een eindeloos proces door, net als de cyclus van de regen.
Hoe wedergeboorte gebeurt gaat alle
dagelijkse begrip te boven. Zo weten we ook niet wat er gebeurt als we slapen.
Waar gaat onze bewuste geest naar toe? Als we slapen lijkt hij te zijn verdwenen,
maar als we wakker worden is ie weer terug. Dit verklaart het begrip ku. Volgens
het Boeddhisme betreden we deze staat als we sterven.
We hebben de neiging om te denken dat ons leven zit opgesloten binnen onze huid.
Toch is onze invloed thuis nog steeds aanwezig als we op ons werk zijn. We zijn
deel van onze vrienden, ook al zijn ze duizenden kilometers ver weg. Ons leven
is niet beperkt tot de ruimte die ons lichaam inneemt. Bovendien, of we er nu
over nadenken of niet, is ons leven in zijn geheel verenigd met het universum.
We zijn tegelijkertijd individueel en universeel. Zo bekeken, wordt het denkbaar
dat, als we in de fase van dood zijn, opgaan in het universum en toch de zaadjes
van onze individualiteit behouden.
Een individueel leven in de staat van ku verkeert niet pers se in vrede, net
als dat we niet altijd rustig slapen. Zolang we leven, hebben we de kracht om
onze levensconditie van moment tot moment te veranderen in reactie op externe
invloeden. Echter, in de staat van ku, hebben we geen kracht om onze levensconditie
te veranderen.
Bij het naderen van de dood vervagen externe invloeden zoals geld en macht tot
onbeduidendheid. Een persoon wiens leven werd beheerst door hebzucht kan gekweld
worden door frustratie. Iemand die zijn hele leven heeft besteed op zoek naar
macht kan opgejaagd worden door angst. Iemand die een wijs en vervuld leven
heeft geleefd kan zich voldaan en tevreden voelen met wat hij heeft bereikt.
Onze overheersende levensstaat blijft
vast bepaald in de dood en we worden in diezelfde levensstaat weer geboren.
We worden in omstandigheden geboren die precies geschikt voor ons zijn. Dus
vanuit het Boeddhistische oogpunt, heeft bevruchting niet alleen betrekking
op de seksuele vereniging van de ouders, maar ook op het wezen van het leven
van het potentiële kind.
Het leven is complex. Echter voor de verheldering een voorbeeld. Veronderstel
dat iemand heel egoïstisch heeft geleefd en de liefde van andere mensen
heeft gebruikt voor zelfzuchtige doeleinden. Hiermee zou die persoon de oorzaak
leggen om in de toekomst niet geliefd te worden. Vandaar dat deze persoon herboren
kan worden bij ouders die gereserveerd zijn en hun kinderen nooit knuffelen.
Later in zijn leven, kan die persoon denken dat het de fout van zijn ouders
is dat hij niet in staat is om liefdevolle relaties te ontwikkelen. Maar in
het licht van het Boeddhisme, was het juist het kind die de uitkomst bepaalde
als een gevolg van de oorzaken die hij maakte in een vorig leven. Om het anders
te zeggen, deze omstandigheden bieden de gelegenheid om deze egoïstische
neiging te veranderen. Dit is niet om een moreel oordeel te vellen, maar om
te erkennen dat egoïsme kleinzielig is en ons ongelukkig maakt. Een groot
deel van geluk bestaat uit het vrijelijk kunnen geven aan anderen. Natuurlijk
wordt de spanning in kind/ouder relaties ook bepaald door de levensstaat van
de ouders. Dus de geschikte omstandigheden voor geboorte hangt af van de ouders
en het kind als ook van de omgeving.
Er zijn ontelbaar verschillende omstandigheden
voor geboorte: rijk of arm; man of vrouw; ras en cultuur. Dit maakt het individuele
karma uit. Zolang we leven, hebben we de mogelijkheid om onze eigen toekomst
te vormen door de oorzaken die we maken. Als we geloven dat het leven eeuwig
is en dat de gevolgen van deze oorzaken voortduren, dan is er al te meer reden
om onze zwakheden in dit leven uit te dagen.
Geloof in de eeuwigheid van het leven geeft ons perspectief en veiligheid. Uiteindelijk
komen allerlei soorten angst voort uit angst voor de dood. Het uitdrukken van
ware menselijkheid en het koesteren van ieder moment is werkelijk geluk.
"Cyclussen van leven en dood
kunnen worden vergeleken met de afwisselende periodes van slaap en wakker zijn.
Net als dat slaap ons voorbereidt op de activiteiten van de volgende dag, kan
de dood worden gezien als een staat waarin we rusten en onszelf bijvullen voor
nieuw leven. In dit licht zou de dood, samen met het leven, erkent kunnen worden
als een te waarderen zegening. De Lotus Soetra, de kern van het Mahayana Boeddhisme,
verklaart dat het doel van het bestaan, de eeuwige cyclus van leven en dood,
is om "gelukkig en gerust" te zijn. Verder leert het dat aanhoudend
geloof en beoefening ons in staat stelt om een diepe en duurzame vreugde te
kennen in zowel dood als leven, om even "gelukkig en gerust" te zijn
met beiden. Nichiren beschrijft het bereiken van deze staat als de "grootste
van alle vreugden".
Als de hedendaagse tragedies van oorlog en revolutie ons iets hebben geleerd,
dan is het de dwaasheid om te geloven dat hervorming van externe factoren, zoals
sociale systemen, het voornaamste element is in het bereiken van geluk. Ik ben
ervan overtuigd dat in de komende eeuw, de grootste nadruk moet worden gelegd
op het bevorderen van innerlijk gerichte verandering. Hier aan toegevoegd, onze
inspanningen moeten worden geïnspireerd door een nieuw begrip van leven
en dood". (Daisaku Ikeda, A New Human Revolution, p. 153)
index
This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.
|
|