Hoe weten we wanneer we ons karma hebben veranderd?
(UKE, feb 2000, antwoord door Sally Ratcliffe & uit ‘Basics of Buddhism’ door Pat Allwright)
Vertaling Karen de Groot

Over het woord ‘karma’ zijn in populaire culturen zoveel woorden gewisseld, dat het vaak moeilijk te begrijpen valt wat het nou eigenlijk echt betekent. We spreken van ‘goed karma’ en slecht karma’ om alles in de atmosfeer op een maatstaf weer te geven over hoe we ons op een bepaalde dag voelen. Dus voordat we op de vraag inhaken, “Hoe weet ik of ik mijn karma heb veranderd?” laten we eerst kijken naar wat het woord betekent vanuit het standpunt van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin.

Het Sanskriet woord karma betekent oorspronkelijk actie. Het Boeddhisme omschrijft het verder als verstandelijke, verbale of fysieke actie die een latent gevolg stempelt in je leven. Wanneer het wordt geactiveerd door een externe prikkel produceert het een overeenkomstig gevolg. Dus volgens dit begrip, vormen de acties uit het verleden ons heden en de acties van nu onze toekomst. Verder wordt gezegd dat de wet van karmisch oorzakelijk verband werkt binnen de drie bestaansvormen van verleden, heden en toekomst en zelfs uitstrekt tot het karma dat in vroegere levens is gevormd. Dit verklaart de verschillen waarmee we in deze wereld worden geboren.

Tot op dit punt is het makkelijk om te denken dat er geen ontsnappen mogelijk is aan karma. We zouden zelfs zover kunnen gaan dat we een fatalistisch standpunt innemen door te zeggen dat alles voor ons is uitgestippeld, dus wat voor zin heeft het om te proberen te veranderen? We kunnen ons vooral zo voelen wanneer we het ‘onmogelijke’ onder ogen komen: dat ‘ding’ dat maar niet wil veranderen, waar we van voelen dat het niet geraakt of beïnvloedt kan worden door Nam-myoho-renge-kyo, of dat we denken dat we het veranderd hebben, maar dat het weer terug is gekomen.

Echter, Nichiren Daishonin verklaart dat zelfs onveranderlijk karma, wat traditioneel als onveranderlijk werd gezien, kan worden veranderd. In de Gosho ‘Over het verlengen van je levensspanne’ verklaart hij,
“Karma kan ook worden verdeeld in twee categorieën: veranderlijk en onveranderlijk. Oprecht berouw zal zelfs onveranderlijk karma uitwissen, om niks te zeggen over karma dat veranderlijk is.” (WND, p. 954; MW 1, p. 229)
Ook al kunnen we er naar verlangen om dit te geloven, we zullen misschien nog steeds in het diepste van ons hart voelen dat het onmogelijke nog steeds onmogelijk is.

Het is echter belangrijk om te begrijpen dat karma niet een uitwendige kracht is. Gezien vanuit het boeddhistische principe van de eenheid van leven en zijn omgeving, zullen veranderingen die binnen onze innerlijke wereld zijn gemaakt weerspiegelen als veranderingen in onze uiterlijke wereld. Zodoende treden er veranderingen op wanneer we ons karma veranderen.

In de wereld van vandaag, kunnen we de neiging hebben om te denken dat we alleen maar geluk verdienen nadat we een bepaald gewenste verandering hebben bereikt – zoals slagen voor een examen. Deze manier van denken kan geworteld zitten in Christelijke overtuigingen, dat we beloond worden met een plek in de hemel nadat we iets hebben veranderd. Sommige vormen van Boeddhisme moedigen deze manier van denken ook aan, door een plek in de hemel of het pure land te beloven na een leven lang of vele levens in soberheid te hebben beoefend. Volgens het Boeddhisme van Nichiren Daishonin leggen we een ‘ware oorzaak’ elke keer als we Nam-myoho-renge-kyo chanten, wat betekent dat we de ware oorzaak ofwel verlichting aanboren en vrij zijn van de ketens van ons karma wanneer we ons leven fuseren met de Gohonzon. Geluk ligt niet in een ver weg gelegen oord zoals de hemel, of nadat we onszelf hebben verbeterd. Omdat we de volledige verantwoording voor onze eigen acties nemen, en daarom ook voor onze eigen gevolgen, zijn we in staat om grip op onze eigen bestemming te krijgen en die ten goede te veranderen.

Het Boeddhisme beschrijft negen lagen van bewustzijn. Deze leer helpt om te verklaren hoe karma wordt opgeslagen en hoe het kan worden veranderd. De achtste (alaya) bewustzijnslaag is het pakhuis van ons karma. Alaya betekent letterlijk ‘opeenstapeling’, als in de naam Himalaya bergen, wat betekent ‘opeenstapeling van sneeuw’. Al onze ervaringen worden gefilterd door de eerste zeven bewustzijnslagen en opgeslagen in het achtste, dat bestaat als een onbewust geheugen van al onze voorgaande acties en reacties. Dit beïnvloedt onze reactie op elk gegeven moment, gebaseerd op onze vroegere ervaringen, inclusief die van vorige levens.

Je kunt misschien terugkerende patronen in je gedrag herkennen. Je kunt bijvoorbeeld ontdekken dat iemand op je werk je altijd kwaad maakt. Hoeveel je er ook over nadenkt en besluit dat je de volgende keer dat het gebeurt je er boven gaat staan, je gaat ondervinden dat je vastzit in hetzelfde gedragspatroon. Of je bemerkt, nadat je een ongelukkige relatie hebt gehad, dat wanneer je met een nieuwe partner samen bent, snel dezelfde problemen zich weer voordoen in de nieuwe relatie. Deze soorten van gedragspatronen liggen allemaal besloten in karma.

De psychologie erkent het bestaan van geconditioneerde reacties, zoals die zijn opgeslagen in het achtste bewustzijn en streven ernaar mensen te helpen deze te veranderen door begrip of zelfbewustzijn. Ofschoon het zonder twijfel helpt om ons gedrag te begrijpen met onze rationele geest, ons meest diepe ingeroeste karma kan niet op deze manier worden veranderd, omdat het achtste bewustzijn dieper ligt dan de rationele en intuïtieve geest (de zesde en het zevende bewustzijn). Onze gedachten worden daarom constant beïnvloed door ons karma.

Om karma fundamenteel te kunnen veranderen moeten we voorbij gaan aan de invloed die het heeft, in het gebied van de negende bewustzijnslaag, welke puur en onbesmet is, vrij van karmische onzuiverheden. Nichiren Daishonin omschreef het negende bewustzijn als Nam-myoho-renge-kyo, de universele wet van het leven. Wanneer we Nam-myoho-renge-kyo chanten, drukken we onze Boeddha natuur uit. Als we dit meer en meer doen, worden we ons bewust van die karmische tendensen die ons beperken. Terwijl ons vertrouwen groeit, voelen we ons in staat om deze tendensen uit te dagen en kunnen we een nieuwe richting in ons leven vestigen, gebaseerd op onze Boeddha natuur die steeds meer naar boven komt.

Wij tonen deze oorspronkelijke staat van Boeddhaschap door onze beoefening van deze Wet. Op deze manier gebruiken we ons karma – problemen, moeilijkheden en tendensen – als een middel om onze levens te delen en anderen te helpen om hun problemen te overwinnen. We hebben een gelofte gemaakt om onze levens te tonen als gewone stervelingen; met andere woorden, om ons dagelijks leven diep geworteld in de maatschappij te leven.

Waar geluk hangt af van wat er in ons hart leeft. Hoeveel we materieel ook mogen winnen uit het manipuleren van anderen, als we hen haten of oneerbiedig tegen hen zijn, dan lijden we op dat moment, zowel als dat we oorzaken leggen om te lijden in de toekomst.

De implicatie van de leer van karma is dat we niemand anders de schuld kunnen geven van ons lijden. Natuurlijk betekent dit niet dat anderen niet verantwoordelijk zijn; zij zullen de beloningen oogsten van hun eigen acties. Het belangrijke punt is dat ons lijden van binnenin onszelf komt, niet van buitenaf. Alweer kan dit heel strikt lijken, maar in feite is het bijzonder bevrijdend. Uiteindelijk kunnen we andere mensen niet veranderen. Of liever, de enige manier waarop we mensen kunnen veranderen is om de manier waarop we betrekking met hun hebben te veranderen, door ten eerste onszelf te veranderen. Als we onze Boeddha natuur openen door het chanten van Nam-myoho-renge-kyo, reageren we anders op anderen, gebaseerd op wijsheid en compassie veeleer dan kwaadheid en hebzucht. Om deze reden reageren mensen anders op ons.

Dit betekent niet dat wanneer we beoefenen we de gevolgen van ons karma ontwijken. In feite zullen we ondervinden dat deze verborgen dingen, die veroorzaken dat we lijden, naar de oppervlakte komen. Dit betekent dat we ze aan het veranderen zijn. Ze komen naar boven omdat we het negende bewustzijn aanboren, voorbij het pakhuis van karma. De ongerechtigheden moeten naar boven komen om gezuiverd te kunnen worden, net als in het proces van het smeden van ijzer. Dit kan soms nogal verwarrend zijn en soms erg moeilijk. Er is echter niet zoiets als karma dat niet overwonnen kan worden. De beoefening van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin maakt ons veel sterker en beter in staat om met moeilijkheden om te gaan, omdat we in staat zijn om fundamenteel een ommekeer in ons leven teweeg te brengen.

Karma is geen zaak van jezelf alleen. Net als individueel karma delen we ook karma met onze familie. Evenzo delen we dit met onze omgeving en de maatschappij in zijn geheel.
Tenzij we, bijvoorbeeld, onze eigen kwaadheid kunnen overwinnen, hoe kunnen we er dan op hopen om oorlog te stoppen? Door ons eigen karma te overwinnen, starten we zodoende een kettingreactie om het karma van onze familie, van de gemeenschap en van de wereld te veranderen.

Als je de oorzaken die in het verleden bestonden wilt begrijpen, kijk naar de resultaten zoals ze zich in het heden manifesteren. En als je wilt begrijpen welke resultaten zich in de toekomst zullen manifesteren, kijk naar de oorzaken die in het heden bestaan. (MW 2, p. 172)

index

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.

Context item here